Hoe leren kinderen praten?

Ons voornaamste doel is het beter leren begrijpen hoe kinderen taal leren; een proces waarover, gek genoeg, nog maar weinig bekend is. Wat weten jonge kinderen al van taal, en in het bijzonder hun moedertaal? Hoe ontdekken ze woorden in het spraaksignaal? In geschreven tekst worden woorden los geschreven, maar in spraak zitten de meeste woorden aan elkaar vast. Hoe leren kinderen nieuwe woorden? Hoe slaan ze die woorden op in hun mentale lexicon, het woordenboek in hun hoofd? Hoe herkennen ze woorden uit dat mentale lexicon? Hoe leren ze wat de meervoudsvormen zijn van woorden? Hoe leren ze dat in een zin als ‘Hij ziet hem', het woordje hem niet op hij kan slaan? Hoe en wanneer weten ze dat ‘Hij zien hem' niet goed is? Hoe leren kinderen dat ‘de hond ziet de poes' iets anders betekent dan ‘de poes ziet de hond'?

Uit al deze vragen blijkt dat taal een ontzettend complex communicatiesysteem is, maar toch leren kinderen taal nog voordat zij zelf hun veters kunnen strikken. Met ons onderzoek kunnen we ontdekken hoe kinderen dit doen. We bestuderen wat kinderen zeggen, wat zij begrijpen en hoe zij van hun omgeving leren. We onderzoeken wat er in het brein verandert tijdens de ontwikkeling, hoe kinderen verschillende talen in verschillende culturen leren en waarom sommige kinderen sneller leren praten dan andere. De invloeden van ons werk lopen enorm uiteen. Hoe meer wij namelijk over taal te weten komen, hoe beter we begrijpen hoe onze hersenen werken, hoe we machines kunnen ontwikkelen die met ons communiceren. Maar vooral, hoe wij kinderen kunnen helpen die moeite hebben met praten, luisteren, lezen en schrijven.